HAAGSCHE COURANT   ZATERDAG 20 MEI 2000

De gebeurtenis van Ingrid Rollema

Door Herman Rosenberg

 

Hoe je liefde opwekt voor een beeld

 

Mensen houden best van moderne beelden, maar je moet ze niet zo maar in hun wijk neerzetten. Door uitleg kun je liefde kweken, weet beeldhouwster Ingrid Rollema (45). Kunst kan best ‘gepeupelvrij’ en ‘hufterbestendig’ zijn. Vandaag begint daarom een nieuw project.

 

 

 

 

foto: Theo Böhmers

 

Den Haag

 “Ik ben geboren op de Laan van Meerdervoort. Kan het Haagser? Later ging ik naar de Rotterdamse kunstacademie. Ik woonde toen op het Noordereiland. Rotterdam en z’n dynamiek hebben sindsdien wel een speciaal plekje in mijn hart. Weer terug in Den Haag heb ik in Scheveningen gewoond. Als ik in bed lag kon ik de zee horen. De zee! Dat is vrijheid. Nu woon ik in hartje stad en daar heb ik ook een atelier. De binnenstad zit als een perfect passende mantel om me heen. Als ik ’s morgens naar m’n atelier loop herken ik acht van de tien mensen, die ik tegenkom. Net als in een dorp, eigenlijk”.

 

De kunst

‘Toen ik dertien was reed ik bij de brug der zuchten (Vaillantplein, red.), die versierd is met beeldhouwwerk van Albert Termote. Toen zag ik een man naar zijn werk fietsen met een broodtrommeltje achterop. Ik zei bij mezelf: nee, hier doe ik niet aan mee. Ik vond en vind dat ik wat moet zeggen, de mensen iets moet vertellen”.

 

Klei

“Ik houd van klei omdat het onze bodem is. Vijf jaar geleden ben ik gestopt met bronsgieten. Daar had ik veel succes mee. Maar het werd me te veel. Opdrachtgevers kwamen gewoon bestellen: ‘ik wil iets dat er zus en zo uitziet’. Mijn atelier dreigde een fabriek te worden. Toen ben ik er een jaar tussenuit gegaan om me te bezinnen. Ik ben toegepaste ethiek gaan studeren in Leuven om me te verdiepen in vragen als: kan alles wat mag en mag alles wat kan? En daarom zit ik nu met vier ton klei in een steenfabriek om een kunstwerk te maken dat gaat over de Nederlandse delta. Een dramatisch beeld. Ook wel een beeld van de angst. Ik wil de verbondenheid met de bodem en de aarde uitdrukken. Nee, het is niet door iemand besteld. Ik maak nu alleen maar wat ik wil maken”.

 

Gebeurtenis

“Het project Den Haag Beeldschoon, dat vandaag officieel begint. De vennoten van het accountantskantoor Ernst & Young gaan zelf de beelden bij de Grote Kerk schoonmaken. Daarmee bieden zij het project officieel aan wethouder Engering aan. Het moet een soort estafette worden. We hopen dat er telkens weer bedrijven, ondernemersverenigingen of scholen zij, die een beeld als het ware adopteren en geld bij elkaar brengen voor de restauratie”.

 

Emma

“Tja, dat is toch niet goed wat er met dat beeld gaat gebeuren. Het stenen beeld van Toon Dupuis wordt vervangen door een bronzen exemplaar. Nu kan het best zijn, dat het nieuwe beeld heel mooi wordt, maar dan nog klopt het niet. Je kunt niet zomaar een beeld van steen vervangen door een beeld van brons. Kijk alleen maar naar het ontstaan. Bij steen haal je weg. Je bewerkt het materiaal door telkens iets weg te hakken. Bij brons begin je met boetseren, voeg je dus telkens iets toe. Ja, ze sloegen telkens de neus van het beeld af. Daar moet je dan maar iets anders op verzinnen”.

 

Publiek

“Je moet als gemeente of als kunstcommissie niet zomaar ergens een beeld neerzetten. Je moet liefde genereren. Beelden zijn een soort totems, die mensen aanspreken op rare punten in hun wezen. Je moet ze dus presenteren en luisteren naar wat de reacties zijn. Toen mijn beeld de Totem op het Jacob van Campenplein werd geplaatst heb ik op de nabijgelegen school een heel programma georganiseerd. Resultaat: die kinderen zagen het als hun beeld en pasten er op. Mijn beelden zijn trouwens over het algemeen wel gepeupelvrij en hufterbestendig. Met het “Wereldwijf” is ook nooit wat gebeurd. Dat is mijn visie op de winkelende vrouw. Het beeld stond bij de Hema, maar is in verband met de werkzaamheden in de binnenstad tijdelijk verplaatst naar het Zuiderpark”.

 

Marini

“Op de academie heb ik les gehad van de beeldhouwer Bram Roth. Hij was weer een leerling van Marino Marini. Ik was vroeger geen fan van diens werk. Later pas realiseerde ik me de enorme kracht en vernieuwing, die er van zijn kunst uitgaat. Ik voel de revolte en de energie. En de integriteit van de zoektocht. Die voel ik ook heel sterk bij het werk van Charlotte van Pallandt, die onder meer de Haagse Wilhelmina heeft gemaakt. Zij heeft een enorm geloof in zichzelf, want ze hield vol net zo lang tot ze erkenning kreeg. Toen ik binnenstapte bij haar tentoonstelling in Beelden aan Zee barstte ik in huilen uit. Zo erg was ik ontroerd. Bij Frans Hals heb ik ook zoiets. Als je zijn schilderijen ziet, het verplezier straalt er vanaf. Zijn werk is een ode aan de verf”.

 

De plek

“Het beeld ‘Paard en ruiter’ van Marino Marini in het plantsoen bij de Winkelstede. Toen dat beeld werd geplaatst zag de wijk er niets in. Toen de gemeente het paard jaren later wilde verplaatsen kwam er weer herrie, maar nu omdat de mensen het niet kwijt wilden. Het is een prachtig ding. En ik hoop dat we het in het kader van Den Haag Beeldschoon kunnen schoonmaken en restaureren”.

 

Jaloers

“Ik sta ook wel eens tegenover een kunstwerk en dan word ik pislink. Dan ben ik kwaad van jaloersheid. Dan denk ik: dat had ik moeten maken. Maar ik heb het niet gemaakt, want ik was nog ziet zover. Nee, ik word niet agressief. Zo ver gaat het nu ook weer niet”.

 

Kounellis

“Dat beeld van hem wilde de Tweede Kamer niet. Ze noemden het de ‘kolenkit’. Heel jammer, toch wel. Er hoort gewoon iets goeds op de Hofplaats te staan. De bank met het Grondwetsartikel spreekt me ook wel aan, want ik het internationaal recht gestudeerd in Leiden, omdat ik wilde weten hoe de samenleving in elkaar zit. Maar goed, die bank is natuurlijk geen echt kunstwerk. Misschien kan dat alsnog komen”.

 

Den Haag Sculptuur

“Toch wel de grote klapper van Den Haag 750. Het leek wel Italië, daar op het Voorhout. Allemaal flanerende mensen, die met elkaar in contact kwamen. De lucht was bezwangerd van mooie gevoelens. Het gaat weer ergens over.

Dat de adviescommissie voor het gemeentelijke kunstenplan beweert, dat het niet artistiek verantwoord is, zegt me helemaal niets. Misschien is het wel goed, dat er eens een keer iets gebeurt dat niet exact in een of ander cultuurbeleid past. Een ding staat vast: dit moet doorgaan, geen discussie over mogelijk”.

 

Gaza

“Drie keer per jaar ga ik naar een Vluchtelingenkamp in de Gazastrook, waar ik betrokken ben bij een artistiek onderwijsproject voor kinderen. Ik begeleid de kinderen, zodat ze leren zich kunstzinnig te uiten. Soms zijn ze door bepaalde ervaringen zó getraumatiseerd en depressief, dat ze niet meer kunnen praten. Ik kan daar ook niet praten, omdat ik de taal niet spreek. Het gaat er dus heel lichamelijk aan toe. We proberen energie uit te wisselen. Rond Gaza staat een heel hoog hek. En die barrière zit ook in de hoofden van die mensen. Het is mooi om een bijdrage te kunnen leveren aan het slechten van die muren.”